Evo Morales dwingt Shell Bolivia te verlaten - goed nieuws voor het Boliviaanse volk

August 12, 2008

Onder de kop “Bolivia geeft Shell een schijntje”, implicerend dat het arme oliebedrijf op een onrechtvaardige manier wordt afgezet door dat socialistische tuig in Bolivia, meldt Trouw goed nieuws uit het Zuid-Amerikaanse land.

Oliegigant Shell is door president Morales gedwongen zijn aandeel in het lokale bedrijf Transredes te verkopen. Voor een fractie van de waarde.

De Boliviaanse staat gaat alle activiteiten van Shell in het Andesland overnemen. Daarover bereikte de Boliviaanse regering vrijdag een akkoord met Shell. Daarmee zou een einde komen aan de activiteiten in Bolivia.

Om die kop, die impliceert dat Shell er bekaaid af komt, te rechtvaardigen zouden we moeten weten hoe Shells verleden in Bolivia eruit heeft gezien. Wat heeft Shell ooit voor zijn aandeel in het bedrijf betaald? Hoeveel belastingen heeft Shell ooit afgedragen over de winsten uit zijn ondernemingen met Boliviaanse bodemschatten aan de straatarme bevolking van dit rijke Zuid-Amerikaanse land? Daarover vernemen wij niets van de verslaggever, Edwin Koopman.

De transactie betreft het aandeel van Shell in het bedrijf Transredes, verantwoordelijk voor vrijwel alle gas- en olietransporten in Bolivia. Het Boliviaanse staatsoliebedrijf YPFB, dat 34 procent van Transredes bezit, wil graag een meerderheidsbelang. Daarvoor loert het al geruime tijd op het Shell-aandeel, dat 25 procent bedraagt.

Al tijdens zijn bezoek aan Nederland in november 2006 legde de Boliviaanse president Evo Morales die wens persoonlijk op tafel bij de Shell-directie. De onderhandelingen verliepen moeizaam. Begin dit jaar voerde Morales de druk op; Shell kreeg tot 1 mei de tijd om te verkopen. Een akkoord bleef uit en Bolivia nationaliseerde op 2 juni Transredes. Shell accepteerde daarop onderhandelingen over de vergoeding. Vrijdag waren de partijen eruit.

De nationalisatie van bodemschatten en andere grondstoffen zijn een goede zaak voor derdewereldlanden als Bolivia, omdat de door de (door het westen opgelegde) globalisering verarmde bevolking de opbrengst daarvan hard nodig heeft. Ondanks decennia van met name Amerikaanse sabotage van democratie in Latijns-Amerika hebben in veel Zuid-Amerikaanse landen, zoals Brazilië, Venezuela, en Bolivia democratische vooruitgang geboekt.

Rechtse, repressieve junta’s kunnen niet meer zo eenvoudig als voorheen door de CIA worden geïstalleerd — zoals de mislukte coup tegen de democratisch gekozen president van Venezuela, Hugo Chávez, liet zien (2002). Het tijdperk van Kissingers “correctie” van de “onverantwoordelijke” keuze van de Chilenen voor een socialist lijkt (voorlopig?) voorbij, nu de VS zijn handen vol heeft in het Midden-Oosten en Centraal-Azië. De macht van door de VS gesteunde compradores is nog aanzienlijk, maar er worden bemoedigende democratische overwinningen geboekt.

Wat Bolivia gaat betalen is niet duidelijk. „De prijs is bepaald door de regering”, zei minister van Energie Carlos Villegas, maar hij wilde geen bedrag noemen. Ook Shell wil niet reageren. Uit decreet 29856, waarin Transredes wordt genationaliseerd, valt te berekenen dat Bolivia er omgerekend rond 80 miljoen euro voor over heeft. Dat zou een schijntje zijn vergeleken bij de echte waarde. In februari vorig jaar noemde de directie van Transredes tegenover Trouw een bedrag van twee miljard euro. Het Britse Ashmore, dat ook 25 procent van Transredes bezit, eist een vergoeding van 333 miljoen euro.

De operatie rond Transredes is een uitvloeisel van de nationalisatie op 1mei 2006 van de Boliviaanse olie- en gasvoorraden, de op een na grootste van Latijns-Amerika. Morales stuurde militairen naar olieplatformen van internationale oliebedrijven, die voortaan moesten melden wat ze oppompten en daarover meer belasting moesten gaan betalen. Sindsdien streeft Bolivia naar een meerderheidsbelang in alle activiteiten rond winning, transport en distributie van gas en olie. Het betreft naast Transredes twee andere voormalige onderdelen van de YPFB, die in de jaren negentig in buitenlandse handen kwamen. De socialistische Morales wil die onderdelen graag terugkopen, maar de betreffende bedrijven zouden de onderhandelingen traineren.

Informatie die ontbreekt maar zeker nuttig is voor het begrijpen van deze manoeuvres is de manier waarop die aandelen in buitenlandse handen kwamen: in een grootscheepse uitverkoop van de Boliviaanse economie aan private, meest buitenlandse partijen in de jaren ‘90. Dit leidde tot grote publieke verontwaardiging, en tot demonstraties tegen bepaalde privatiseringen (m.n. de watervoorziening) die door de staat met geweld werden neergeslagen in 2000. De rol van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, een zeer kwalijke zoals gebruikelijk, mag ook niet onvermeld blijven.

De verkoop door Shell kan het vertrek betekenen uit Bolivia. Transredes is immers de enige activiteit. Commercieel zou dat geen ramp zijn voor Shell, maar strategisch is het een tegenvaller. Shell zou graag blijven met het oog op toekomstige aanbestedingen in de gassector. Of hierover in ruil voor de verkoop toezeggingen zijn gedaan is niet bekend.

Shell onderhandelt met Jordanië over oliewinning uit leisteen in de woestijn van het koninkrijk. „Als dit plan lukt, wordt het een van de grootste projecten om Jordanië te helpen meer zelfvoorzienend te worden voor wat betreft energie. Mogelijk kunnen we in de toekomst zelfs exporteren”, aldus een Jordaanse woordvoerder. Het land importeert nu 95 procent van zijn energiebehoefte. Jordanië zou er 40 miljard ton olie kunnen winnen, dagelijks 36.000 vaten. Oliewinning uit leisteen, waarbij deze steen tot extreem hoge temperaturen moet worden gebracht, is wel duur. De kosten zijn zo’n 6 miljard dollar.

Als de kosten voor het winnen van jaarlijks zo’n 13 miljoen vaten (bij de huidige prijs van meer dan $100 per vat levert dat meer dan een miljard per jaar op) 6 miljard dollar kost, heeft Shell dat er in een half decennium uit, sneller naarmate de prijs van olie blijft stijgen. Duur?