Lang leve de Iraakse democratie! Lang leve de nobele Amerikaanse bevrijders! Hiep, hiep, hiep hoera!
“Hallo meneer,”
“Wa-aleikumu s-salaam; zegt u het maar, mevrouw.”
“Ik wil graag stemmen, ik zag dat het stembureau open is.”
“Maar u bent dood! Uw longen hangen er half uit, u heeft maar één ledemaat over, een deel van uw schedel ligt eraf en u bent volkomen leeggebloed. U ziet ook erg witjes trouwens.”
“Dat heb ik er al met al toch graag voor over.”
“Waar voor over?”
“Voor de democratie, daar heb ik het graag voor over.”
“Op die manier. Maar echt comfortabel kun je het ook niet noemen, toch?”
“Er zitten nadelen aan vast. Ik heb bijvoorbeeld aardig wat pijn, dat is wel een nadeel.”
“Pijn? Hoe erg is het?”
“Het valt mee, tenminste, het kan altijd erger zeg ik altijd maar. Ik voel me nu ongeveer alsof ik vier olifanten tegelijk moet baren en alsof er continu een trein over me heen rijdt.”
“Mm.. daar pas ik toch voor. En dat allemaal voor de democratie?”
“En alsof iemand met een gloeiend heet strijkijzer permanent over me heen zit te raggen.”
“Maar, die democratie, dat is het toch wel hè, ik heb er veel goede dingen over gehoord.”
“Ja, het schijnt dat het echt een wereld van verschil is.
Maar je moet er wat voor over hebben. Ik zag ook een inspirerende journalist op de Tilfisyoon al-Holandiyya, die zei dat we hartstikke blij zijn, al met al — met alle offers meegerekend zeg maar.”
“Ja, als hij het zegt, hij zal het wel weten. Wie was dat?”
“Charles Groenhuijsen, heel charmante man. Kwam sympathiek over. Hij heeft ook echt te doen met de Iraakse bevolking.”
“Met ons dus?”
“M-m, Maa-shallah.”
“Inderdaad mevrouw, ik hoorde dat hij erg blij was dat onze dictator Saddam het niet meer voor het zeggen heeft. Ook dapper van die man dat hij zich zo duidelijk durft uitspreken voor de democratie.”
“Ja, zo kan hij ons nooit meer martelen. Al zou ie mij wel mogen martelen, ik voel het verschil toch niet meer.”
“O, mevrouw, sorry maar uw schedel is er zojuist af gevallen.”
“Sorry, ja dat praat ook wat lastig. Ik zal maar gauw m’n stem uitbrengen. Ik ben er nog niet helemaal uit trouwens, wie ik dan moet nemen. Wie er zeg maar het beste voor het land is, ongeveer.”
“Het is altijd een gok hè, mevrouw. Nou, als u binnen nu en een kwartiertje iemand kiest, dan wens ik u het allerbeste — ik ben erg onder de indruk van uw offer.
Mannen, komen jullie wel even dweilen, deze mevrouw haar darmen liggen nu over de hele vloer, het is een beetje rommelig geworden — niets persoonlijks hoor mevrouw, .. ook nog wat andere ingewanden zie ik. Heeft u die nog nodig mevrouw?”
“Ik weet het meneer, mijn excuses, ik ben er zo weer vandoor.
Ik heb niet alles meer nodig, maar je weet nooit waar het goed voor is. Ik heb hier wel een tasje.”
“Sorry, het gaat niet zo handig, maar ik heb hier wel een stoffer en blik - nog redelijk hygiënisch.
Nou voilà - mevrouw, het zaakje zit zo’n beetje weer bij elkaar, veel sterkte en veel plezier met uw stem.”
“Sjukran, meneer.”
“Graag gedaan.”
