Globalisering schept ellende, lost het niet op - grote mensenmassa’s leven in absolute armoede
Onder de kop Derde Wereld armer dan gedacht bericht het ANP (hier op nu.nl) dat “de Derde Wereld armer [is] dan tot nu toe werd verondersteld. Ongeveer 1,4 miljard mensen in ontwikkelingslanden leven onder de armoedegrens van 1,25 dollar per dag.”
Het ANP meldt ook dat dit “blijkt uit verbeterde economische schattingen, die de Wereldbank dinsdag bekendmaakte. Vier jaar geleden werd nog geschat dat 985 miljoen mensen onder de armoedegrens van destijds 1 dollar leefden.”
De Wereldbank, ondanks de officiële opdracht die deze heeft om armoede te bestrijden, is al enkele decennia een van de belangrijkste agenten van de neoliberale “vrijemarkt”ideologie. De ideologen die deze bank beheersen streven naar:
De vraag die een journalist zou moeten stellen, is wat het belang is van deze Wereldbank zelf bij dergelijke statistieken, welke meetmethoden om te komen tot een oordeel over een dergelijk gigantisch onderwerp de Wereldbank hanteert. Op zijn minst moet zo’n berichtje de informatie bieden dat de Wereldbank wordt beheerst door neoliberale ideologen.
Die ideologen pretenderen niet te geloven in de mogelijkheid van een land om zelfstandig een economie op te bouwen. Elke suggestie dat een land niet zou hoeven te worden opgenomen in het globale netwerk van schuld, monetaire slavernij, en onbeperkte toegang voor buitenlandse exploitatie van grondstoffen en arbeid, zal door dergelijke economen met hoongelach worden ontvangen.
In werkelijkheid weten zij dat hun ideologie een recept is voor een toename van armoede voor de massa’s, gepaard aan een toename van rijkdom voor een kleine elite. Daarom moet hun ideologie met veel poeha als “onvermijdelijk” worden gepresenteerd, om het het publiek door de strot te drukken.
Er zijn zelfs mensen die menen dat deze economen werkelijkheid in de algemene heilzaamheid van hun ideologie geloven. (Hoewel ik niet uitsluit dat er enkele naïeve, bijziende goedzakken tussen zitten.)
Verder meldt het ANP slechts:
Volgens de Wereldbank zijn er echter grote successen geboekt bij de bestrijding van extreme armoede. In 1981 leefden nog 1,9 miljard mensen in ontwikkelingslanden onder de armoedegrens: de helft van de bevolking.
De lezer hoort nu antwoord te krijgen op de vraag: wat waren destijds de criteria? Was in 1981 het criterium van armoede ook “1 dollar per dag”? De waarde van de dollar, de koopkracht die deze vertegenwoordigde, lag in 1981 onvergelijkbaar hoger dan in 2005. Exponentiële groei, eeuwige inflatie, en dalende rentes zorgen daar wel voor.
In 2005 gold een op de vier mensen in de Derde Wereld als arm. Grote verbeteringen vonden plaats in het oosten van Azië, met China als koploper.
In het oosten van Azië zijn Zuid-Korea, Taiwan, en China de afgelopen paar decennia opgekomen als paradijs voor investeerders en producenten. Dankzij de democratische ontwikkelingen in o.a. Zuid-Korea is een deel van de armoede er uitgeroeid, maar deze ontwikkelingen zijn behoorlijk gestagneerd. Korea heeft zelfs te maken met een roll-back van deze op zichzelf al niet toereikende hervormingen; en met toenemende privatiseringen. Met grote regelmaat ziet men in Zuid-Korea demonstraties en andere vormen van protest tegen het opgelegde opengooien van de markt voor producten als gesubsidieerde Amerikaanse rijst, of besmet rundvlees. Ook het bezit van enorme hoeveelheden waardeloze dollars door de enorme export naar de VS, en de grote afhankelijkheid van olie en grondstoffen maken de Koreaanse economie kwetsbaar voor manipulatie, zoals in de jaren 1990 bleek.
De Chinese economie groeit voor een groot deel op basis van kunstmatig laag gehouden lonen, een kunstmatig laag gehouden valuta, en repressie die ervoor zorgt dat mensen het niet wagen vraagtekens te stellen bij hun omstandigheden en lonen in het Chinese kapitalistische paradijs — dat lesje hebben de Chinezen wel geleerd in 1989, toen duizenden demonstranten voor meer democratie, meer rechten en betere (arbeids)omstandigheden werden afgeslacht in opdracht van de Chinese “communistische” partij.
Het aangepaste minimumbedrag van 1,25 dollar is de gemiddelde nationale armoedegrens in de armste tien tot twintig landen.
Is dit “aangepaste minimumbedrag van 1,25 dollar” een inflatiecorrectie (een absurd ontoerijkende, mocht dat zo zijn)? We hadden het graag vernomen van het persbureau. Een dollar in 1981 vertegenwoordigt veel meer koopkracht dan een dollar in 2005. De recente prijsexplosies van grondstoffen en voedsel komt daar nog bovenop. Het zijn barre tijden voor de allerarmsten.
Ondertussen is het belangrijkste economische nieuws in de rijkere delen van het kapitalistische paradijs, ook hier in de Rijn- en Maasdelta, de aandelenmarkt, de winsten van transnationals en de omzetcijfers van oliereuzen. Het kapitalistisch paradijs, ook niet nu de wereld na het instorten van de Sovjetunie zo goed als geheel kapitalistisch is (sommigen spreken liever van de “vrije markt”) heeft het zelfs in 24 jaar niet voor elkaar gekregen om de resterende 1,4 miljard aardbewoners tenminste over de koopkracht van $1,25 te laten beschikken. Integendeel, de staatsschuld die rust op de schouders van hen die elke dag over dit geweldige bedrag beschikking hebben, groeit elke dag met miljoenen dollars.
Stemt dit gigantische “falen” van het naar verluid superieure vrijemarktmodel misschien tot nadenken? Het is een model dat werkt — voor de investeerders. De geschiedenis leert, en dat bewijst de Wereldbank nu ook weer, dat zonder aanzienlijke sociale en democratische hervorming (zoals die zich bijv. in West-Europa hebben voorgedaan), i.e., de bescherming van de mens tegen het beest van het ongetemde kapitalisme, geen enkele werkelijke armoedebestrijding kan slagen.
De massieve campagne om het publiek te hersenspoelen met het idee dat het tegenovergestelde het geval is, heeft die waarheid nog niet kunnen uitwissen. Veel Europeanen leven in welvaart, omdat de overheid grenzen stelt - er zijn minimumlonen, werkloosheidsverzekeringen, wetten op arbeidsomstandigheden, ontslagrecht, voedselveiligheid, waterkwaliteit, huisvesting, pensioenen, en toegankelijke gezondheidszorg en onderwijs. Het ontbreken daarvan in ontwikkelingslanden is de oorzaak van armoede, maar hoe men dit soort dingen zonder enige (sociaal)democratische hervorming kan bereiken, is in de analyse van de neoliberalen een raadsel. Niet voor niets hopen zij dat de “hand van God” daar voor zorgt: “ieder voor zich, en God voor ons allen,” I guess.
Cruciaal echter zijn enkele van de minder zichtbare, maar belangrijkste mechanismen voor de bestrijding van armoede: de mogelijkheid om lokale markten tegen de verwoestingen van ongelimiteerde dumppraktijken te beschermen, en het afschermen van de eigen valuta tegen buitenlandse monetaire agressie en andere manipulatie.
Een dergelijke beleid zal zeker worden opgevat als een oorlogsverklaring aan de globalisering, aan de “Friedmanitische” Washington Consensus, de ideologische verankering van de globalisering.
Zo’n beleid zal agressieve reacties oproepen, zoals de reactie in de westerse massamedia en in Washington, D.C. en Langley, Virginia jegens president Hugo Chávez van Venezuela, die een poging doet om dit soort beleid van de grond te krijgen. Armoedebestrijding is niet zonder risico’s.
Lees voor meer informatie Naomi Kleins The Shock Doctrine (2007), Noreena Hertz’ The Debt Threat (2006), Joseph Stiglitz’ Globalization and its Discontents, (2002), Michael Parenti’s Against Empire (1995), of een van de vele andere globalisering-kritische teksten.
