Elma Drayer, koningin der selectieve verontwaardiging
Zondagavond 22 februari zou de Israëlische legerwoordvoerder Ron Edelheit in dit hotel een praatje houden, op uitnodiging van enkele Joodse organisaties. Onderwerp: ’Na de Gazaoorlog, wat nu’. Zo’n lezing is bij mijn weten toegestaan in Nederland. Salafistische imams, ultrarechtse evangelicals, extremistische dierenvrienden, groezelige new-ageprofeten, Israëlische legerwoordvoerders – zolang ze de grenzen van de wet respecteren, mogen ze gerust hun zegje komen doen.
Bij het Platform Stop de Aanval op Gaza denken ze daar héél anders over. Dit samenwerkingsverband van Milli Görüs, de Internationale Socialisten, het Nederlands Palestina Komitee, Een Ander Joods Geluid en nog zo’n vijfentwintig clubjes, gunt eigenlijk alleen gelijkgestemden het woord.
Het goeien van een schoen naar een volwassen man achter een katheder is inderdaad vele malen schandaliger dan het gooien van fosforgranaten en verarmd uranium munitie naar onschuldige mannen, vrouwen en kinderen, of het decennialang bezetten van het land van een ander, en die ander vernederen, doden, martelen, opsluiten, z’n huizen slopen, enz.
Het zou verboden moeten worden.
Ook dat die Bush toen die schoen ontving, nou dat was een grove schending van zijn mensenrechten.
Je staat er ook van te kijken hoe makkelijk en vrijblijvend het is om het nu decennia na de oorlog voor “de joden” op te nemen. Wie het echt voor de joden wil opnemen, bescherme de staat Israël tegen zijn eigen waanzin. Want de Israëlische samenleving is de belichaming van navelstaarderij.
Ze kan haar eigen fouten - de bezetting van 1967, en de etnische zuiveringen van 1948 - niet herstellen. Daarom moet “de internationale gemeenschap” dat haar helpen doen. Net zoals dat met Zuid-Afrika is gebeurd, dat andere apartheidsregime.
Het is namelijk echt totaal geen ingewikkeld probleem, de consensus in de juridische gemeenschap is duidelijk.
Wie de wens om de Israëlische maatschappij daarvan te verlossen, gelijkstelt aan “antisemitisme”, is te kwader trouw.
