In 1979 vond in Iran een revolutie plaats die de corrupte en gewelddadige Sjah verdreef.
Deze Sjah (”koning”), Mohammed Reza Pahlavi, een megalomane tiran met uitstekende betrekkingen met de Verenigde Staten, was in 1953 door de VS en het Verenigd Koninkrijk geïnstalleerd na het verdrijven van de democratisch gekozen leider Mosaddeq, die niet vrijgevig genoeg was voor British Petroleum en andere private belangen.
De CIA zette de Savak op, een van de wreedste geheime diensten die de regio heeft gekend.
De revolutie, een brede volksopstand van zeer uiteenlopende politiek-ideologische aard, aanvankelijk geen uitsluitend islamitische revolutie, werd na 1979 gekaapt door de fundamentalisten. Het regime maakte korte metten met zijn vijanden. In de jaren 1980 werd Iran binnengevallen door Irak (Saddam, meedogenloze en genocidale dictator, zeer goede vriend van Washington, door de CIA geïnstalleerd eind jaren 1950, na het vernietigen van de Iraakse democratie door de CIA). Onder andere het westen en Israël verkochten wapens aan zowel Iran als Irak en deden zeer goede zaken.
Vooral Irak werd gesteund, omdat het Iraanse regime werd beschouwd als ongewenst. Als Iran echter dreigde kopje onder te gaan, werden weer wapens geleverd aan Iran om de oorlog zo lang mogelijk te rekken en er zoveel mogelijk aan te verdienen. In het “Iran-Contra schandaal” kwam aan het licht hoe de VS met geld uit de drugshandel in Latijns-Amerika (met betrokkenheid van de door de VS gesteunde extreem-rechtse, terroristische groepering genaamd de Contra’s in Nicaragua) via Israël wapens aan Iran leverde, mede in ruil voor het vrijlaten van gijzelaars. Henry Kissinger, Amerikaans politicus en intrigant, merkte op dat het jammer was dat Iran en Iraq niet allebei konden verliezen.
Een in toenemende mate pathologische Ayatollah Khomeini, een mystiek denker voor wie de praktische politiek niet geheel geschikt was, stuurde in de oorlog tegen Irak talloze slechtbewapende jongemannen naar het front, een wisse dood in. Zijn ambities reikten verder dan Iran alleen, maar strandden in de loopgraven van een gruwelijke grensoorlog.
In de jaren 1990 kwamen zekere democratische hervormingen tot stand; Iran kent een beperkte democratie, waarin kandidaten moeten worden goedgekeurd door het religieuze establishment (ongeveer op dezelfde manier als Amerikaanse presidentskandidaten moeten worden goedgekeurd door het financiële establishment en de media waar het de eigenaar van is).
De huidige president, Ahmadinejad, is een conservatief. Aangezien Iran weinig diensten verleent aan de VS en diens zakelijke elite, en beschikt over veel olie (en wel een van de grootste olievoorraden op aarde) is het een primair doelwit van Amerikaanse agressie. Iran lijdt nog steeds aan schendingen van de mensenrechten, politieke repressie, onvrijheid van pers, meningsuiting en geweten. In tegenstelling tot de indruk die door de berichtgeving wordt gewekt, worden in Iran echter geen joden onderdrukt en kennen joden godsdienstvrijheid. Iran gebruikt, net als Israël, de Holocaust voor politiek gewin op niet altijd even smaakvolle wijze. De veelgehoorde beschuldiging dat Iran Israël “van de kaart wil vegen” is niet juist. Wel heeft Ahmadinejad de wens dat de “zionistische entiteit” zal verdwijnen, en dat een democratische staat voor Joden en Arabieren wordt gevestigd.
Deze niet geheel realistische wens gaat gepaard van kreten als “dood aan Israël”, dat op zijn beurt met militaire oefeningen en net zo dreigende taal Iran bedreigt met dood en verderf. Sceptici wijzen, aan beide kanten, op grootspraak voor het eigen electoraat. De lol die Ahmadinejad lijkt te hebben in een toekomstige rol als oorlogsheld, die de natie gaat redden van de agressie van de grote en de kleine Satans, heeft sommigen al op de gedachte gebracht dat Ahmadinejad slechts een pion is in het spel van globale krachten om ook het Iraanse volk te onderwerpen en demoraliseren, en Irans olievoorraden onder te brengen bij de Anglo-Amerikaanse/transnationale conglomeraten.
Na de (naar internationaal recht geheel illegale) Amerikaanse veroveringen van Afghanistan en Irak is Iran nu aan twee zijden omsloten door het leger van de VS. Hoewel Iran van plan is over kernenergie te beschikken, melden inlichtingendiensten dat een atoombom voor Iran onhaalbaar is, technisch beschouwd, met de middelen waarover Iran beschikt. Kernenergie voor industrieel gebruik is wel mogelijk. Dit feit wordt zoveel mogelijk verzwegen in de westerse massamedia. Onlangs berichtte Global Research, een Canadese organisatie voor de bestudering van de globalisering, dat Iran wellicht deels gezwicht is voor de druk vanuit Washington en Jeruzalem, naar verluid in de hoop oorlog af te wenden. Iran zou bereid zijn westerse private partijen aandelen te verkopen in Iraanse (staats)bedrijven. Dergelijke liberaliseringen en privatiseringen zouden al zijn ingezet ten tijde van de “hervormer” Khatami, maar de huidige vorm schijnt vergaander te zijn dan ooit.
Of het nu slechts als dreigement is in een neoliberale afpersingsmanoeuvre, of als reële militaire optie, een volgende koloniale oorlog wordt al jaren voorbereid in Washington en Jeruzalem. Beide beschikken over een groot arsenaal aan kernwapens. Als excuus voor de oorlog zal worden gebruikt Irans veronderstelde plan voor het fabriceren van kernwapens; als werkelijk motief geldt de beschikking over oliebronnen, de toegang van transnationals tot Irans gehele economie, en de totale regionale dominantie van de VS en Israël. De westerse pers speelt de rol van lakei en gebruikt al frasen als “oorlog lijkt onvermijdelijk”, daarmee de suggestie wekkend dat men “geen keus” heeft.
De VS heeft reeds oorlogshandelingen gepleegd tegen Iran, o.a. door operaties van “special forces” op Iraans grondgebied. Bepaalde commentatoren verwachten dat Iran, een gigantisch land dat enkele keren groter is dan Irak, na een daad van agressie van de VS of Israël vernietigend zou kunnen terugslaan, behalve militair bijvoorbeeld ook met terreuraanslagen in West-Europa, Israël of de VS. De door Iran gesteunde verzetsbeweging Hezbollah in Libanon vernederde in 2006 Israël nadat deze staat de Libanon had aangevallen met groot materieel. Het excuus voor deze aanval was een incident rond enkele Israëlische soldaten op Libanees grondgebied, die gevangen waren genomen door Hezbollah. Het is niet uitgesloten dat een Israëlische aanval op Iran een tweede front kan opleveren aan Israëls noordgrens. Zonder (nucleaire) escalatie lijkt een oorlog tegen Iran moeilijk denkbaar.