Een korte samenvatting van deze tekst.

De staatsschuld is in een generatie af te lossen, als de overheid rentevrij geld in omloop brengt.

Nederland kan alleen onafhankelijk zijn door een eigen onafhankelijke valuta te gebruiken.

Bankieren (het scheppen van geld) op basis van fractionele reserves moet worden verboden. Het maakt inbreuk op de waarde van het geld van de rest van de maatschappij. Het is een gelegaliseerde vorm van valsmunterij. Banken parasiteren op de productieve deelnemers aan de economie.

Nederland moet werken aan een alternatief stelsel, mogelijk met totale afschaffing van rente. Dit is mogelijk door leningen als rentevrij maatschappelijk krediet te verstrekken. Geleend geld is per definitie nooit gratis, want een lening moet worden terugbetaald binnen de afgesproken termijn. In ruil voor de lening voegt de lener al waarde toe aan de economie, door het geld te verdienen om de lening af te lossen. Hierover hoeft geen rente te worden betaald, want rente brengt de economie uit evenwicht.

De eeuwige dwang van economische groei is tot stand gekomen door de gelegaliseerde geldschepping door banken. Dat wil zeggen, door schuld en eeuwig toenemende (exponentiële) inflatie. Economische groei is, in onze maatschappij, geen evenwichtige stand van zaken, maar juist een verstoring van dat evenwicht.

Economische groei is een exponentieel, niet slechts lineair verschijnsel. De 3% groei van (bijv.) dit jaar is in absolute zin meer dan de 3% groei van vorig jaar, omdat de totale economie in dat jaar met 3% is toegenomen.

Deze exponentiële economische groei is daarom per definitie niet duurzaam. Uiteindelijk leidt dit tot de instorting van het hele systeem.

Mensen hebben maar 24 uur per dag, waarvan ze niet elk uur werkend kunnen doorbrengen; en de grondstoffen van de aarde zijn allesbehalve oneindig. Dit maakt het instandhouden van ons monetaire stelsel, met rente en fractionele reserves, onmogelijk.

De belanghebbenden van het systeem zullen het einde ervan zolang mogelijk proberen uit te stellen. Net zoals een parasiet belang heeft bij een levende, niet bij een dode gastheer. Maar het einde is onvermijdelijk.