Het misjnatractaat Principes (Avot), ingedeeld in de misjnaorde Neziqin ("Schade") is specifiek gericht op een van de functies van de tot "Rabbi" gewijde geestelijken in het jodendom van de Oudheid, namelijk die van rechter. Daarnaast heeft het tractaat een bredere functie: het is de centrale tekst waarin de ononderbroken lijn van Mozes tot aan de Geleerden wordt neergezet, volgens welke lijn de Mondelinge Tora werd doorgegeven. Dit concept is essentieel voor het vroege jodendom (eerste eeuwen na Christus).

 

Tractaat Principes

Moshe heeft de Tora van Sinai ontvangen en doorgegeven aan Yehoshua.
Yehoshua aan de Ouden,
de Ouden aan de Profeten,
en de Profeten aan de Mannen van de Grote Vergadering.
Zij hebben drie dingen gezegd.
    Wees zorgvuldig in het recht;
    Leid veel studenten op;
    Maak een omheining rond de Tora.
Shim`on de Rechtvaardige was een van de mannen van de Grote Vergadering.
Hij zei:
    De wereld staat op drie dingen:
    Op de Tora;
    Op de Dienst;
    Op daden van Barmhartigheid.
Antigonos van Sokho heeft het van Shim`on de Rechtvaardige ontvangen.
Hij zei:
    Wees niet als de dienaars die hun meester dienen om het krijgen van loon;
    Maar wees als de dienaars die hun meester dienen, niet om het krijgen van loon;
    En laat het ontzag voor de Hemel op u zijn.
Yose ben Yo`ezer van Tsreda en Yose ben Yochanan van Jeruzalem hebben van hen ontvangen.
Yose ben Yo`ezer van Tsreda zegt:
    Laat uw huis een huis van samenkomst voor de wijzen zijn;
    maak uzelf stoffig in het stof van hun voeten;
    en drink dorstig hun woorden in.
Yose ben Yochanan van Jeruzalem zegt:
    Laat uw huis wijd openstaan;
    laat de armen bij u kind aan huis zijn;
    en spreek niet teveel met uw vrouw.
Men zei dit over zijn [eigen] vrouw; des te meer over de vrouw van een ander. Daarom hebben de wijzen gezegd:
    Elke keer dat een mens teveel praat met de vrouw
        brengt hij kwaad over zich;
        verwaarloost hij de woorden van de Tora;
        en uiteindelijk erft hij Gehinnom.
Yehoshua ben Prachya en Nittai de Arbeli hebben van hen ontvangen;
Yehoshua ben Prachya zegt:
    Regel voor jezelf een leraar;
    verwerf een vriend;
    en oordeel ieder mens van de rechtvaardige kant.
Nittai de Arbeli zegt:
    Verwijder jezelf van een slechte buur;
    maak geen vrienden met een slecht mens;
    en wanhoop niet aan de vergelding.
Yehuda ben Tabbai en Shim`on ben Shetach hebben van hen ontvangen;
Yehuda ben Tabbai zegt:
    Zorg dat je niet wordt als de advocaten;
    en als de beklaagden voor je staan,
    laten ze dan in uw ogen als kwaadaardigen zijn;
    maar als ze voor uw ogen vertrekken,
    laten ze dan in uw ogen als rechtvaardigen zijn,
    wanneer ze het oordeel hebben aanvaard.
Shim`on ben Shetach zegt:
    Stel de getuigen veelvuldig op de proef;
    en wees voorzichtig met uw woorden,
    zodat ze daaruit niet leren liegen.
Shma`ya en Avtalyon hebben van hen ontvangen;
Shma`ya zegt:
    Heb het werk lief;
    veracht de autoriteiten;
    en word niet intiem met de macht.
Avtalyon zegt:
    Wijzen, wees voorzichtig met uw woorden;
    dat jullie niet de schuld op je laden aan de doem van de ballingschap, en verbannen worden naar een plaats waar het water slecht is;
    en de studenten die na u komen het zullen drinken,
    en eraan doodgaan,
    en de Naam van de Hemel ontheiligd blijkt.
Hillel en Shammai hebben van hen ontvangen;
Hillel zegt:
    Behoor tot de leerlingen van Aharon,
    die vrede liefhad en vrede nastreefde;
    die de schepsels liefhad;
    en en hen dichter bij de Tora bracht.
Hij zei:
    Wie de naam 'oprekt', zijn naam is verloren;
    wie niet toevoegt, breekt af;
    wie niet leert, is de dood schuldig;
    wie gebruik maakt van de kroon [van de Tora voor profane doelen], vergaat.
Hij zei:
    Als ik niet voor mij ben, wie is voor mij?
    En wanneer ik voor mezelf ben, wat ben ik?
    En zo niet nu, wanneer?
Shammai zegt:
    Maak je Tora[studie] een vast [patroon];
    zeg weinig en doe veel;
    en ontvang elk mens met een vriendelijk voorkomen.

Rabban Gamliël zei:
    Regel voor jezelf een leraar;
    onttrek jezelf aan [ver]twijfel[ing];
    en hef niet te vaak tienden op basis van schatting.
Zijn zoon Shim`on zegt:
    Ik ben al mijn dagen opgegroeid tussen de wijzen,
     en voor het lichaam niets goeds gevonden dan zwijgen;
    niet de interpretatie [van de Tora] is de hoofdzaak, maar het handelen;
    en al wie te veel spreekt, brengt zonde.

Rabban Shim`on ben Gamliël zegt:
    De wereld staat op drie dingen:
        op het recht;
        op de waarheid;
        en op de vrede.
    Zoals gezegd is:
    Waarheid en vredesrecht zult gij spreken in uw poorten.

H2
Rabbi zegt:
    Welke is de rechte weg die een mens voor zichzelf kan kiezen?
    elke [weg] die glorieus is voor wie hem bewandelt, en glorie brengt vanuit de mens;
    wees net zo voorzichtig met een licht gebod als met een zwaar;
    omdat je het loon van de geboden niet kent;
    en reken het verlies van [het zich houden aan] een gebod uit tegenover zijn loon;
    en het loon [door het begaan van] een overtreding tegenover wat je erdoor verliest.
    En beschouw drie dingen, en je komt niet meer in handen van overtreding:
        Weet wat boven je is:
        een oog dat ziet;
        een oor dat hoort;
        en al je daden worden te boek gesteld.
Rabban Gamliël, zoon van rabbi prins Yehuda zegt:
    Mooi gaat de studie van Tora samen met de weg des lands [arbeid]:
    alle Tora[studie] waar geen arbeid mee samengaat kom uiteindelijk aan haar eind, en leidt tot zonde.
        Al wie zwoegen met de gemeenschap, zullen met hen zwoegen voor de naam van de Hemel,
        want de merites van hun voorvaderen steunen hen,
        hun rechtvaardigheid staat [hen] ten getuigenis;
        maar jullie, ook voor jullie zal ik het loon zeer verhogen, alsof jullie het hebben gedaan.
    Wees voorzichtig met de macht:
    want ze zullen een mens niet benaderen dan uit eigenbelang;
    zij lijken bevriend als het in hun voordeel is;
    maar staan een mens niet bij in geval van nood.
Hij zei:
    Doe zijn wil als uw [eigen] wil,
    opdat Hij uw wil als zijn [eigen] wil zal doen;
    maak uw wil nietig tegenover zijn wil;
    opdat Hij de wil van anderen nietig maakt tegenover die van u.

Hillel zegt:
    Scheid je niet af van de gemeenschap;
    vertrouw niet op jezelf tot de dag dat je sterft;
    oordeel je naaste niet totdat je in zijn schoenen staat;
    en zeg niet iets dat niet gehoord kan worden, maar uiteindelijk wel gehoord kan worden;
    en zeg niet, als ik de tijd heb, ga ik studeren – misschien zul je nooit de tijd hebben.
Hij zei:
    Een bot persoon vreest de zonde niet;
    een barbaar is niet godvrezend;
    wie verlegen is, leert niet;
    wie gauw boos is, onderwijst niet;
    niet ieder die veel handel drijft is wordt wijs;
    en op een plaats waar geen mannen zijn, probeer daar een man te zijn.
Hij zag ook een schedel drijven op het water;
hij zei ertegen:
    Omdat jij hebt laten drijven, hebben ze je laten drijven,
    Uiteindelijk zullen ze hen die jou hebben laten drijven, laten drijven.
Hij zei:
    Veel vlees, veel wormen;
    veel bezittingen, veel zorgen;
    veel vrouwen, veel tovenarij;
    veel slavinnen, veel intriges;
    veel slaven, veel roof;
    veel Tora, veel leven;
    veel samenkomst, veel wijsheid;
    veel raad, veel begrip;
    veel liefdadigheid, veel vrede;
    wie een goede naam verwerft, doet dat voor zichzelf;
    wie zich woorden van Tora verwerft, verwerft zich het leven van de komende wereld.
Rabban Jochanan ben Zakkai heeft ontvangen van Hillel en Shammai.
Hij zei:
    Als je veel Tora hebt geleerd, schrijf dat niet jezelf toe als iets goeds,
    want daartoe ben je geschapen.
Rabban Jochanan ben Zakkai had vijf studenten, en wel:
R. Eliëzer ben Hurkanos, r. Yehoshua ben Chananya, r. Yose ha-Kohen, r. Shim`on ben Netan'el, en r. El`azar ben Arakh.
Hij somde hun goede eigenschappen op:
    R. Eliëzer ben Hurkanos – een gepleisterd reservoir, dat geen druppel kwijtraakt;
    R. Yehoshua ben Chananya – geprezen zij die hem gebaard heeft;
    R. Yose ha-Kohen – godvrezend;
    R. Shim`on ben Netan'el – vreest de zonde;
    R. El`azar ben Arakh – een bron die steeds meer aanzwelt.
Hij zei:
    Als alle wijzen van Israël in een schaal van de weegschaal zaten,
    en R. Eliëzer ben Hurkanos in de andere schaal,
    dan weegt hij zwaarder dan allemaal.
Abba Sha'ul zegt uit zijn naam:
    Als alle wijzen van Israël in een schaal van de weegschaal zaten,
    met R. Eliëzer ben Hurkanos er nog bij,
    en R. El`azar ben Arakh in de andere schaal,
    dan weegt hij zwaarder dan allemaal.
Hij zei tegen hen:
    Ga heen en zie wat een juiste weg is voor de mens om zich aan te houden.
R. Eliëzer zegt: een goed oog;
r. Yehoshua zegt: een goede vriend;
r. Yose zegt: een goede buur;
r. Shim`on zegt: hij die beschouwt wat [zijn daden] kunnen teweegbrengen;
r. El`azar zegt: een goed hart.
Hij zei tegen hen:
    Ik geef de voorkeur aan de woorden van El`azar ben Arakh boven die van jullie;
    want jullie woorden zijn al vervat in zijn woorden.
Hij zei tegen hen:
    Ga heen en zie wat een slechte weg is voor de mens om zich verre van te houden.
R. Eliëzer zegt: een boos oog;
r. Yehoshua zegt: een slechte vriend;
r. Yose zegt: een slechte buur;
r. Shim`on zegt:
    hij die leent en niet teruggeeft;
    iemand die leent van een mens is als iemand die leent van de Eeuwige, hij zij geprezen, want er is gezegd:
        Een kwaadaardige leent en betaalt niet terug
        maar een rechtvaardige ontfermt zich en geeft.
r. El`azar zegt: een slecht hart.
Hij zei tegen hen:
    Ik geef de voorkeur aan de woorden van El`azar ben Arakh boven die van jullie;
    want jullie woorden zijn al vervat in zijn woorden.

Zij [de leerlingen van rabban Yochanan ben Zakkai] zeiden elk drie dingen.
R. Eliëzer zegt:
    Laat de eer van je naaste je net zo dierbaar zijn als die van jou,
    en word niet makkelijk boos;
    kom tot inkeer, een dag voor je dood;
    en verwarm je bij het vuur van de wijzen,
    maar wees voorzichtig met hun brandende kool, opdat je niet wordt verbrand;
        want hun beet is de beet van een vos,
        en hun steek is de steek van een schorpioen,
        en al hun woorden zijn als vurige kolen.
R. Yehoshua zegt:
    Het boze oog,
    de kwade neiging,
    afkeer van de schepsels
    verwijderen een mens van de wereld.
R. Yose zegt:
    Laat het vermogen van je naaste je net zo dierbaar zijn als dat van jou;
    bereid jezelf voor op het studeren van Tora, want het is je niet in erfenis gegeven;
    en alles wat je doet, laat dat voor de naam van de Hemel zijn.
R. Shim`on zegt:
    Wees voorzichtig met het reciteren van het Sjma (en het Achttiengebed);
    wanneer je bidt, maak dan je gebed niet vast
    maar [doe dat met gebeden om] genade en [gebeden om] gunst tegenover de Eeuwige, Hij zij geprezen;
        Zoals er gezegd is:
        Goedgunstig en genadig is Hij;
        lankmoedig en vol barmhartigheid;
        en vergevingsgezind over het kwaad.
    En wees niet slecht in eigen ogen.
R. El`azar zegt:
    Studeer ijverig Tora,
    weet wat je moet antwoorden tegen een Epicurus;
    weet tegenover wie je zwoegt;
    de chef van je werk is betrouwbaar,
    want hij betaalt je het loon van je arbeid.

Rabbi Tarfon zegt:
    De dag is kort,
    het werk is omvangrijk,
    de arbeiders zijn lui,
    het loon is veel,
    en de heer des huizes dringt aan.
Hij zei:
    Het is niet aan jou om het werk af te ronden,
    maar je hebt niet de vrijheid er vanaf te zien;
    als je veel Tora hebt gestudeerd,
    wordt je veel loon gegeven;
    Je kunt op de chef van je werk vertrouwen dat hij je het loon van je arbeid betaalt,
    maar weet dat de beloning van de rechtvaardigen in de toekomst wordt gegeven.

H3
Akavya ben Mahalal'el zegt:
    Beschouw drie dingen, en je komt niet in handen van de overtreding:
    Weet..    van waar je komt,
        waar je heen gaat,
        en voor wie je verantwoording zult gaan afleggen.
    Vanwaar je komt – van een stinkende druppel;
    waar je heen gaat – naar een plaats van stof, wormen en maden;
     voor wie je verantwoording zult gaan afleggen – voor de Koning der Koningen der Koningen, de Heilige, Hij zij geprezen.
R. Chanina, afgevaardigde van de priesters, zegt:
    Bid voor het welzijn van de overheid,
    want als het ontzag ervoor niet bestond, zou een mens zijn naaste levend verslinden.
R. Chananya ben Tradyon zegt:
    Twee mensen die neerzitten zonder dat tussen hen woorden van Tora zijn,
    voorwaar, dat is een “raad der spotters”,
    want er is gezegd:
        En in de raad der spotters zit hij niet.
    Maar twee mensen die neerzitten, waarbij tussen hen woorden van Tora zijn,
    tussen hen verblijft de Aanwezigheid,
    want er is gezegd:
        Dan spraken zij die de Eeuwige vreesden tot elkaar,
        en de Eeuwige luisterde en hoorde,
        en een boek ter gedachtenis werd aan Hem geschreven,
        voor hen die de Eeuwige vreesden en zijn Naam gedenken.
    Nu heb ik er twee,
    Waaruit [weten we] dat zelfs als er één neerzit en zich met de Tora bezighoudt,
    dat de Heilige, Hij zij geprezen, hem loon toekent?
    [Uit het feit] dat er gezegd is:
        Laat hem alleen zitten en stil zijn,
        hij zal een beloning hebben ontvangen.
R. Shim`on zegt:
    Als drie mensen die aan één tafel aanzaten en daarover geen woorden van de Tora hebben gesproken,
    is het alsof ze hebben gegeten van offers voor de dode afgoden;
    want er is gezegd:
        Want alle tafels liggen vol kots en vuiligheid, zonder de Aanwezige
        [lett. 'plaats', i.d. zin: “er is geen plek meer die over is” > “Plaats” > “De Alomtegenwoordige”];
    Maar als drie mensen die aan één tafel aanzaten en daarover woorden van de Tora hebben gesproken,
    is het alsof ze hebben gegeten van de tafel van de Aanwezige, Hij zij geprezen;
    want er is gezegd:
        Hij zei tegen mij,
        dit is de tafel die voor de Eeuwige staat.
R. Chanina ben Chakhinai zegt:
    Wie 's nachts wakker blijft,
    wie alleen op de weg gaat,
    en zijn hart richt op niets,
    voorwaar, die draagt de schuld voor zijn ziel op zich [als hem iets overkomt]
R. Nechunya ben ha-Qana zegt:
    Van ieder die het juk van de Tora op zich neemt,
    wordt het juk van de macht en het juk van het dagelijks leven afgenomen;
    ieder die het juk van de Tora van zich afwerpt,
    wordt het juk van de macht en het juk van het dagelijks leven opgelegd.
R. Chalafta ben Dosa van Kfar Chananya zegt:
    Tussen tien mensen die neerzitten en zich bezighouden met de Tora,    
    huist de Aanwezigheid,
    want er is gezegd:
        God staat in de congregatie van God.
    Hoe [weten we dat dit] ook voor vijf mensen [geldt]?
    Er is gezegd:
        Hij heeft zijn bundel op aarde gegrondvest.
    Hoe [weten we dat dit] ook voor drie mensen [geldt]?
    Er is gezegd:
        Temidden van de goden [rechters] richt Hij.
    Hoe [weten we dat dit] ook voor twee mensen [geldt]?
    Er is gezegd:
        Dan spraken zij die de Eeuwige vrezen tegen elkaar.
        En luisterde de Eeuwige, en hoorde (enz.) ..
    Hoe [weten we dat dit] ook voor één mens [geldt]?
    Er is gezegd:
        Op elke plaats waar gij mijn naam aanhaalt, kom ik naar u en zegen ik u.

R. El`azar van Bartota zegt:
    Geef Hem van het zijne,
    want jij en het zijne zijn van Hem;
    en zo is ook gezegd over David [dat hij zei]:
        Alles is van U afkomstig, en uit Uw hand geven wij het U.
R. Shim`on zegt:
    Wie zich op de weg begeeft en studeert, en zijn studie onderbreekt en zegt, wat een mooie boom is dat, of wat een mooi geploegd veld is dat;
    de Schrift rekent het hem aan alsof hij de schuld voor zijn ziel op zich draagt.
R. Dostai, zoon van R. Yannai, zegt uit naam van R. Meïr:
    Ieder die één ding van zijn studie vergeet,
    rekent de Schrift het aan alsof hij de schuld voor zijn ziel op zich draagt;
    want er is gezegd:
        Maar pas goed op en bewaak je ziel goed,
        opdat je de dingen die je ogen hebben gezien niet vergeet.
    Zelfs als zijn studie mogelijk te zwaar voor hem was?
    De leer luidt:
        En opdat je het alle dagen van je leven niet verwijdert uit je hart.
    Je draagt dus niet de schuld voor je ziel op je, tenzij je het bewust uit je hart verwijdert.
R. Chanina ben Dosa zegt:
    Van ieder van wie de vrees voor de zonde zijn wijsheid te boven gaat,
    is de wijsheid bestendig;
    maar van ieder van wie de wijsheid zijn vrees voor de zonde te boven gaat,
     is de wijsheid niet bestendig.
Hij zei:
    Van ieder wiens daden meer zijn dan zijn wijsheid,
    is de wijsheid bestendig;
    maar van ieder wiens wijsheid meer is dan zijn daden,
    is de wijsheid niet bestendig.
Hij zei:
    Van ieder van wie de geest van de schepselen plezier heeft,
    heeft de geest van God plezier;
    Van ieder van wie de geest van de schepselen geen plezier heeft,
    heeft de geest van God geen plezier.
R. Dosa ben Horkinas zegt:
    Slapen in de morgen,
    wijn in de middag,
    kindergepraat,
    en bijeenkomsten van synagogen van de barbaren
    verwijderen een mens van de wereld.
R. El`azar de Moda`i zegt:
    Wie heilige dingen ontheiligt,
    wie verachting koestert voor de Feestdagen,
    wie zijn naaste in het openbaar vernedert,
    wie het verbond van onze voorvader Avraham, vrede zij met hem, verbreekt,
    of wie de Tora te schande maakt, tegen de gebruikelijke principes in,
    zelfs als hij over Tora beschikt en goede daden,
    heeft geen deel aan de Komende Wereld.
R. Yishma`el zegt:
    Wees inschikkelijk tegenover een superieur, en aardig voor de jeugd;
    en ontvang elk mens met vreugde.
R. `Akiva zegt:
    Lachen en lichtheid in je hoofd leiden tot onkuisheid;
    traditie is een omheining voor de Tora;
    tienden zijn een omheining voor rijkdom;
    eedafleggingen zijn een omheining voor zelfbeheersing;
    een omheining voor wijsheid is zwijgen.
Hij zei:
    Geliefd is de mens, want hij is geschapen naar Zijn beeld;
    meer liefde wordt hem toegekend die is geschapen naar Zijn beeld,
    zoals is gezegd,
        Naar het beeld van God schiep Hij de mens
    Geliefd is Israël, want zij worden zonen van de Aanwezige genoemd;
    meer liefde wordt hen toegekend die zonen van de  Aanwezige genoemd worden,
    zoals is gezegd,
        Zonen zijn jullie van de Eeuwige, jullie God.
     Geliefd is Israël, want hen is de begerenswaardige schaal gegeven,
    meer liefde wordt hen toegekend aan wie de begerenswaardige schaal gegeven is,
    zoals is gezegd,
        Een mooi geschenk heb Ik jullie gegeven,
        Mijn Tora, verlaat deze niet.
    Alles is voorzien,
    maar de vrije wil is gegeven;
    naar het goede wordt de wereld geoordeeld,
    en alles is volgens veelheid van daden.
Hij zei:
    Alles is gegeven tegen onderpand;
    een jachtnet is uitgespreid over alle levenden;
    de winkel is open;
    de winkelier verkoopt op krediet;
    het kasboek is open,
    en de hand schrijft;
    al wie wil lenen komt en leent;
    en de ontvangers komen elke dag steeds terug,
    en leggen beslag op het geld van de mens – met zijn instemming of niet;
    zij hebben iets om op te steunen,
    en het recht is het recht van de waarheid,
    en alles wordt voorbereid voor de maaltijd.
R. El`azar ben `Azarya zegt,
    Zonder Tora, geen dagelijks leven;
    zonder dagelijks leven, geen Tora;
    zonder wijsheid, geen ontzag;
    zonder ontzag, geen wijsheid;
    zonder inzicht, geen kennis;
    zonder kennis, geen inzicht;
    zonder meel, geen Tora; zonder Tora, geen meel.
Hij zei:
    Waarop lijkt iemand van wie de wijsheid groter is dan de daden?
    Op een boom met veel takken en weinig wortels,
    dan komt de wind en ontwortelt hem, en waait hem omver;
    zoals is gezegd:
        En hij zal als een achtergelatene in de wildernis zijn,
        iets goeds komen ziet hij niet,
        hij verblijft op geblakerde grond in de woestijn,
        een zout land, onbewoond.
    Maar waarop lijkt iemand van wie de daden groter zijn dan de wijsheid ?
    Op een boom met weinig takken maar veel wortels,
    zodat zelfs als alle winden op de wereld zouden komen waaien, ze hem niet van zijn plaats kunnen verdrijven;
    zoals is gezegd:
        Hij zal als een boom geplant aan het water zijn,
        hij laat zijn wortels uitstrekken tot in de stroom;
        hij ziet niet dat de hitte komt,
        zijn blad zal groen zijn,
        in het jaar van hongersnood maakt hij zich geen zorgen,
        en ziet niet af van het dragen van vrucht.
R. Eliëzer ben Chisma zegt:
    Vogeloffers en de menstruatie, dat zijn fundamentele regels;
    astronomie en wiskunde zijn voorgerechten voor de wijsheid.

H4
Ben Zoma zegt:
    Wie is wijs?
    Die leert van elk mens,
    zoals gezegd is:
        Van al mijn leraren werd ik wijzer, (want uw getuigenissen zetten mij aan het denken)
    Wie is een held?
    Die zijn neigingen bedwingt,
    zoals gezegd is:
        Lankmoedigheid is beter dan een held,
        en wie zijn geest beheerst, is beter dan een stedendwinger.
    Wie is rijk?
    Die blij is met zijn deel,
    zoals gezegd is:
        Te prijzen ben je,
        als je het werk van je handen eet,
        goed voor je;
            te prijzen ben je: in deze wereld;
            goed voor je: in de komende wereld.
    Wie is eerbiedwaardig?
    Die eerbied heeft voor de schepselen,
    zoals gezegd is:
        Wie mij eert, zal ik eren;
        maar mijn verachters, vervloekt zijn ze.
Ben `Azzai zegt:
    Ren voor een licht gebod, en vlucht voor de overtreding;
    want gebod brengt gebod voort, maar overtreding brengt overtreding voort;
    want het loon van gebod is gebod, en het loon van overtreding is overtreding.
Hij zei:
    Koester voor geen enkel mens verachting,
    wijs niets zomaar af,
    want er is geen mens die niet zijn uur heeft,
    en er is geen ding dat niet zijn plaats heeft;
R. Levitas van Yavne zegt:
    Wees zeer, zeer nederig,
    want de hoop van een mens zijn wormen.
R. Yochanan ben Broka zegt:
    Ieder die de naam van de Hemel ontheiligt in het verborgene,
    wordt in het openbaar ter verantwoording geroepen;
    wat betreft de ontheiliging van de Naam, of iemand dat doet dat per ongeluk, of met opzet, is om het even.
R. Yishma`el zegt:
    Wie Tora leert om te onderwijzen,
    wordt genoeg in handen gegeven om te leren en te onderwijzen;
    wie leert om te doen,
    wordt genoeg in handen gegeven om te leren, te onderwijzen, te bewaren, en te doen.
R. Yitschak zegt:
    Maak ze niet tot kroon om groter mee te worden,
    of tot schop om mee te graven.
En zo heeft ook Hillel gezegd:
    Wie de Kroon gebruikt, vergaat;
    Zie, u heeft geleerd:
    Van ieder die profiteert van de woorden van de Tora,
    wordt het leven van de wereld weggenomen.
R. Yose zegt:
    Ieder die de Tora eert,
    wordt zelf door de schepselen geëerd;
    Ieder die de Tora ontheiligt,
    wordt zelf door de schepselen ontheiligd.
R. Yishma`el, zijn zoon, zegt:
    Wie zich onttrekt aan het gerecht,
    laat uit zichzelf vijandigheid, roof, en ijdele eed los;
    en wie hooghartig beslisssingen neemt,
    is dwaas, kwaadaardig, en hoogmoedig.
Hij zei:
    Treed niet alleen als rechter op,
    Want niemand spreekt alleen recht, behalve één;
    en zeg niet,
        Neem mijn mening over,
    want zij hebben dat recht, maar jij niet.
R. Yonathan zegt:
    Ieder die de Tora hoog houdt in armoede, zal haar uiteindelijk hoog houden in rijkdom;
    en ieder die de Tora verwaarloost in rijkdom, zal haar uiteindelijk verwaarlozen in armoede.
R. Meïr zegt:
    Verminder je zakelijke bezigheden,
    en hou je bezig met de Tora;
    wees nederig van geest tegenover ieder mens;
    en mocht je de Tora verwaarlozen,
    dan vind je veel hindernissen op je pad als excuses;
    maar als je zwoegt in de Tora, is er veel loon om je te geven.
R. Eliëzer, zoon van Jaäkov zegt:
    Wie één gebod vervult, verwerft zich één advocaat;
    wie één overtreding begaat, verwerft zich één aanklager;
    inkeer en goede daden zijn als een schild tegenover de vergelding.
R. Yochanan de Sandalenmaker zegt:
    Elke samenkomst die op de Naam van de Hemel is gericht, zal uiteindelijk bestendig zijn;
    maar die niet op de Naam van de Hemel is gericht, zal uiteindelijk niet bestendig zijn.
R. El`azar, de zoon van Shamua zegt:
    Laat de waardigheid van uw leerling u net zo lief zijn als die van uzelf;
    en de waardigheid van uw vriend als het ontzag voor uw leraar;
    en het ontzag voor uw leraar als het ontzag voor de Hemel.
R. Yehuda zegt:
    Wees voorzichtig met de Leer;
    want een vergissing in de Leer geldt als een bewust begaan kwaad.
R. Shim`on zegt:
    Er zijn drie kronen:
        de kroon van de Tora;
        de kroon van het priesterschap;
        de kroon van het koninkrijk;
    maar de kroon van een goede naam gaat boven alledrie.
R. Nehorai zegt:
    Ga in ballingschap naar een plaats waar Tora is;
    zeg niet dat ze wel achter u aan zal komen;
    want uw gezellen zullen haar doen standhouden in uw hand;
    en leun niet op uw eigen inzicht.
R. Yannai zegt:
    Het waarom,
    noch van de onverstoorbaarheid van de kwaardaardigen,
    noch van het lijden van de rechtvaardigen,
    is binnen ons bereik.
R. Matya ben Charash zegt:
    Begroet elk mens als eerste;
    en wees een staart voor de leeuwen,
    maar geen hoofd voor de vossen.
R. Yaäkov zegt:
    Deze wereld is als een voorhof voor de komende wereld;
    Bereid je voor in de voorhof, zodat je de eetzaal binnen kunt gaan.
Hij zei:
    Eén uur van inkeer en goede daden is beter dan een heel leven in de komende wereld;
    en één uur van tevredenheid in de komende wereld is beter dan een heel leven in deze wereld.
R. Shim`on ben El`azar zegt:
    Probeer uw naaste niet te bedaren in het uur van zijn woede;
    of te troosten wanneer zijn overledene voor hem ligt;
    bevraag hem niet wanneer hij een eed zweert;
    en zoek hem niet te zien in het uur van zijn vernedering.
Shmuël ha-Qatan zegt:
    Verheug je niet als je vijand valt;
    laat je hart niet juichen als hij struikelt.
    opdat de Eeuwige het niet ziet, en het kwaad in Zijn ogen is,
    en zijn toorn van hem wegneemt
Elisha` ben Avuya zegt:
    Op wie lijkt iemand die leert als kind?
    Op inkt, geschreven op nieuw papier;
    en op wie lijkt iemand die leert als oude man?
    Op inkt, geschreven op uitgegumd papier.
R. Yose bar Yehuda van Kfar ha-Bavli zegt:
    Op wie lijkt iemand die leert van de jongeren?
    Op iemand die onrijpe druiven eet, en wijn drinkt uit het persvat;
    en op wie lijkt iemand die leert van de ouden?
    Op iemand die rijpe druiven eet, en oude wijn drinkt.
Rabbi zegt:
    Kijk niet naar de kruik,
    maar naar wat erin zit.
    Er zijn nieuwe kruiken met oude wijn;
    en er zijn oude waar zelfs geen nieuwe wijn inzit.
 R. Eliëzer ha-Qappar zegt:
        Afgunst;
        begeerte;
        en eer
    verwijderen de mens van de wereld.
Hij zei:
    De pasgeborenen sterven,
    de doden worden tot leven gewekt,
    en de levenden worden geoordeeld;
    om te weten, te laten weten, en bewust te worden dat Hij God is,
    Hij is de maker, Hij is de schepper en Hij is de begrijper;
    Hij is de rechter, hij is de getuige, hij is de advocaat;
    en Hij zal berechten.
    Gezegend is Hij bij wie geen corruptie, geen verduistering van bewijs [vergeetachtigheid?], en geen vooringenomenheid is,
    en geen omkoping,
    want alles is van Hem.
    Weet ook dat alles volgens de rekening is;
    en laat je neiging je niet beloven dat de Onderwereld een vluchtplaats voor je kan zijn;
    want tegen je wil ben je geschapen,
    tegen je wil ben je geboren,
    tegen je wil zul je leven,
    en tegen je wil zul je sterven,
    en tegen je wil zul je rekenschap moeten afleggen
    tegenover de Koning der Koningen der Koningen, Hij zij gezegend.
    
H5

Met tien Uitspraken werd de wereld geschapen.
Wat leert men hieruit?
En had de wereld niet met één Uitspraak kunnen worden geschapen?
Dit is echter om de kwaadaardigen te kunnen straffen, die de wereld vernietigen, die met Tien Uitspraken geschapen is,
en om een beloning te kunnen geven aan de rechtvaardigen, die de wereld in stand houden, die met Tien Uitspraken geschapen is.
Er waren tien generaties van Adam tot Noach;
    om duidelijk te maken hoeveel geduld Hij heeft;
    want alle generaties maakten Hem in toenemende mate kwaad;
    totdat Hij het water van de Vloed over hen liet komen.
Er waren tien generaties van Noach tot Abraham;
    om duidelijk te maken hoeveel geduld Hij heeft;
    want alle generaties maakten Hem in toenemende mate kwaad;
    totdat Abraham kwam en het loon van allen in ontvangst nam.
Met tien beproevingen werd onze voorvader Abraham, vrede zij met hem, op de proef gesteld, en hij doorstand ze allemaal;
    om de mate van liefde [voor God] van onze voorvader Abraham duidelijk te maken.
Tien wonderen werden verricht aan onze voorouders in Egypte;
en tien aan de zee;
Tien plagen bracht de Heilige, Hij zij geprezen, over de Egyptenaren in Egypte,
en tien aan de zee;
Met tien beproevingen stelden onze voorouders de Aanwezige, Hij zij geprezen, op de proef in de woestijn;
Zoals gezegd is:
    Ze hebben mij beproefd, tien keer, en niet naar mij geluisterd.
Tien wonderen werden onze voorouders verricht in de Tempel:
    Geen vrouw kreeg een miskraam door de geur van het offervlees;
    het offervlees raakte nooit bedorven;
    nooit werd een vlieg waargenomen in het slachthuis;
    de Hogepriester overkwam geen zaadlozing op de Verzoendag;
    regens doofden het vuur van het altaarhout niet;
    de wind kreeg geen grip op de rookkolom;
    geen gebrek werd gevonden in de Omer, in de Twee Broden, of in het Toonbrood;
    als men stond was het dringen, maar bij het buigen was het ruim;
    nooit heeft een slang of schorpioen ooit iemand verwond in Jeruzalem;
    en een mens zei niet tegen zijn metgezel,
        het is hier te druk voor mij om in Jeruzalem te overnachten.
Tien dingen werden geschapen in de schemering van de sabbatsavond:
    de Mond van de Aarde;
    de Mond van de Put;
    en de mond van de Ezel;
    de Regenboog;
    het Manna;
    de Staf;
    de Sjamir-worm;
    het Schrift;
    de Inscriptie;
    en de Tafelen.
Sommigen zeggen:
    Ook de schadelijke geesten;
    het Graf van Mozes;
    en de Ram van onze voorvader Abraham.
Sommigen zeggen:
    Ook de smeedtang die [normaal] met een smeedtang gemaakt wordt.
Zeven dingen karakteriseren de botte en zeven de wijze:
    De wijze:
        Spreekt niet als eerste tegenover hem die groter is dan hij in wijsheid of in jaren;
        onderbreekt niet de woorden van zijn naaste;
        haast zich niet om te antwoorden;
        hij stelt een vraag naar het onderwerp, en geeft antwoord volgens het gebruik;
        hij spreekt over het eerste eerst en over het laatste laatst;
        en waarover hij niet heeft gehoord zegt hij, ik heb er niet over gehoord;
        en hij geeft de waarheid toe;
    en daarvan het omgekeerde bij de botte.    
    
Zeven soorten straf komen over de wereld om zeven soorten van overtreding:
    Als sommigen tienden afdragen, en anderen geen tienden afdragen
        komt er hongersnood door gebrek;
        sommigen lijden honger, anderen zijn verzadigd.
    Als men zou besluiten geen tienden af te dragen
        komt er honger door chaos en door gebrek.
    Als men zou besluiten geen challa meer opzij te zetten,
        komt er hongersnood door een vernietigende misoogst.
    De pest komt over de wereld
        door doodstraffen die door de Tora worden voorgeschreven
        maar niet worden voltrokken door het Gerechtshof;
        en om de vruchten van het Sabbatjaar.
    Het zwaard komt over de wereld
        voor het vertragen van het recht;
        voor het verstoren van het recht;
        en om hen die de Tora uitleggen niet volgens de halacha.
    Wilde beesten komen over de wereld
        om lichtzinnige eed;
        en om de ontheiliging van de Naam.
    Ballingschap komt over de wereld
        om beoefenaars van afgodendienst;
        om onzedelijkheid;
        om bloedvergieten;
        en voor het [niet] laten rusten van het land [in het Sabbatjaar].
In vier perioden neemt de pest toe:
    In het vierde jaar;
    in het zevende jaar;
    volgend op het zevende jaar;
    en aan het einde van het Loofhuttenfeest.
        In het vierde jaar –
        vanwege de [niet afgedragen] tiende aan de arme in het derde jaar;
        in het zevende jaar –
        vanwege de [niet afgedragen] tiende aan de arme in het zesde jaar;
        volgend op het zevende jaar –
        vanwege de [overtreden regels omtrent] de vruchten in het zevende;
        en aan het einde van het Loofhuttenfeest, jaar in jaar uit –
        om het beroven van de armen van hun giften [tijdens de oogst].
Er zijn vier typen mensen:
    Wie zegt:
        Wat van mij is, is van mij, en wat van jou is, is van jou,
    dat is het gemiddelde type –
    maar sommigen zeggen, dat van Sodom.
        Wat van mij is is van jou, en wat van jou is is van mij –
    de onderontwikkelden.
        Wat van mij is is van jou, en wat van  jou is is van jou –
    godvrezend.
        Wat van mij is is van mij, en wat van jou is is van mij –
    kwaadaardig.
Er zijn vier typen temperament:
    Wordt makkelijk boos en verzoent zich makkelijk:
        wat hij wint wordt ongedaan gemaakt door wat hij verliest.
    Wordt moeilijk boos en verzoent zich moeilijk:
        wat hij verliest wordt ongedaan gemaakt door wat hij wint.
    Wordt moeilijk boos en verzoent zich makkelijk –
        godvrezend.
    Wordt makkelijk boos en verzoent zich moeilijk –
        kwaadaardig.
Er zijn vier typen studenten:
    Vangt snel op en vergeet snel –
        wat hij wint wordt ongedaan gemaakt door wat hij verliest.
    Vangt moeilijk op en vergeet moeilijk –
        wat hij verliest wordt ongedaan gemaakt door wat hij wint.
    Vangt snel op en vergeet moeilijk –
        wijs.
    Vangt moeilijk op en vergeet snel –
        minderbedeeld.
Er zijn vier typen die aan liefdadigheid doen:
    Die wil dat..
    ... hij geeft maar niet dat anderen geven –
        zijn oog is kwaad tegenover anderen.
    ... hij niet geeft maar wel dat anderen geven –
        zijn oog is kwaad tegenover zichzelf.
    ... hij geeft en dat anderen geven –
        godvrezend.
    ... hij niet geeft en dat anderen niet geven –
        kwaadaardig.
Er zijn vier typen van hen die naar het leerhuis gaan:
    Die gaat maar niet doet –
        krijgt het loon voor het gaan.
    Die doet maar niet gaat –
        krijgt het loon voor het doen.
    Die gaat en doet –
        godvrezend.
    Die niet gaat en niet doet –
        kwaadaardig.  
Er zijn vier typen van hen die voor de wijzen zitten:
    Een spons, een trechter, een zeef, en een wan.
    Een spons – die alles opzuigt.
    Een trechter – hier erin, daar er weer uit.
    Een zeef – laat de wijn er doorheen en behoudt het bezinksel.
    Een wan – laat het koren erdoor en behoudt de bloem.
Elke liefde die ergens van afhangt,
als dat ophoudt, houdt de liefde op.
en een die niet ergens van afhangt, houdt nooit op.
    Welke liefde hangt ergens van af?
    Dat is de liefde van Amnon en Tamar.
    En welke hangt niet ergens van af?
    Dat is de liefde van David en Jonathan.
Elk meningsverschil dat in de naam van de Hemel is,
zal uiteindelijk bestendigd worden.
En dat niet in de naam van de Hemel is,
zal uiteindelijk niet bestendigd worden.
    Welk meningsverschil is in de naam van de Hemel?
    Dat is het meningsverschil tussen Hillel en Shammai.
    Welk is niet in de naam van de Hemel?
    Dat is het meningsverschil van Korach en zijn hele vergadering.
Van ieder die de gemeenschap verdienstelijk doet zijn,
komt geen zonde door zijn toedoen.
Maar ieder die de gemeenschap doet zondigen,
zal niet de kans worden gegeven tot inkeer te komen.
    Mozes was verdienstelijk en liet de gemeenschap verdienstelijk zijn;
    De verdienste van de gemeenschap is hem aangewreven;
    Zoals gezegd is:
        Hij deed de rechtvaardigheid van de Eeuwige;
        en zijn wetten, met het volk.
    Jeroboam zondigde en liet de gemeenschap zondigen;
    De zonde van de gemeenschap is hem aangewreven;
    Zoals gezegd is:
        Om de zonden van Jeroboam,
        die zondigde en Israël liet zondigen.
Ieder die drie dingen heeft,
    behoort tot de leerlingen van onze voorvader Abraham;
Wie drie andere dingen heeft,
    behoort tot de leerlingen van de kwaadaardige Bileam.
Een goed oog;
een nederige geest;
en een deemoedige ziel –
    behoort tot de leerlingen van onze voorvader Abraham;
Een boos oog,
een hooghartige geest;
en een hebzuchtige ziel –
    behoort tot de leerlingen van de kwaadaardige Bileam.
Wat is het verschil tussen de leerlingen van onze voorvader Abraham,
en de leerlingen van de kwaadaardige Bileam?
    De leerlingen van onze voorvader Abraham
    eten in deze wereld en erven [in] de komende wereld;
    zoals gezegd is:
        Om wie mij liefhebben bezit te laten erven;
        en hun voorraadkamers maak ik vol.
    Maar de leerlingen van de kwaadaardige Bileam
    erven Gehinnom en dalen af in de put des verderfs.
    zoals gezegd is:
        Gij, God, laat hen afdalen in de put des verderfs,
        laat bloedvergieters en bedriegers niet de helft van hun dagen volmaken,
        Maar ik zal op u vertrouwen.
Jehuda ben Tema zegt:
    Wees sterk als een tijger,
    snel als een adelaar,
    ren als een hert,
    en wees dapper als een leeuw,
        om de wil van je Vader in de hemel te doen.
Hij zei:
    De schaamteloze naar Gehinnom,
    en de bedeesde naar de tuin van Eden.
    Laat het uw wil zijn, Eeuwige onze God, uw stad snel in onze dagen te herbouwen;
    en geef ons deel in uw Tora.
Hij zei:
    Vijf jaar, aan de bijbel;
    tien jaar, aan de misjna;
    dertien jaar, aan het gebod;
    vijftien jaar, aan de leer;
    achttien jaar, naar het huwelijksbaldakijn;
    twintig jaar, aan het najagen [van levensonderhoud]
    dertig jaar, aan kracht;
    veertig jaar, aan het inzicht;
    vijftig jaar, aan de raadgeving;
    zestig jaar, aan de ouderdom;
    zeventig jaar, aan de bejaardheid;
    tachtig jaar, aan grote kracht;
    negentig jaar, aan de gebocheldheid;
    honderd jaar: alsof hij al dood is, vergaan, en van de wereld heengegaan.
Ben Bag Bag zegt:
    Graaf erin, en graaf er nog meer in;
    want alles zit erin.
    Kijk er goed in, word er oud en versleten mee,
    en wijk er niet van,
    want je hebt geen beter deel dan dat.
Ben He He zegt:
    Naar de beproeving is de beloning.
R. Chananya b. Aqashya zegt:
    De Heilige, Hij zij geprezen, wilde Israël verdiensten toekennen;
    daartoe vermenigvuldigde hij voor hen Tora en geboden;
    zoals gezegd is:
        Het behaagde de Eeuwige, voor diens rechtvaardigheid,
        Tora te vergroten en te onderscheiden.

 

Herman Meester, 2007-2008. Deze vertaling is volmaakt noch definitief, en bevat schoonheids- en andere fouten. Voor aanvullingen e.d., neemt u contact op: crazymulgogi gmail com. Gebruik van (delen van) de tekst voor gratis toegankelijke publicaties met inclusie van deze copyrightvermelding; in andere gevallen met schriftelijke toestemming.