Van wetenschapper tot propagandist - arabist Hans Jansen

Islamologen beginnen zich te verzetten tegen de uitspraken van Hans Jansen (Wereldomroep, 26 april). Zij verklaren dat zij "het gewoon te druk hebben gehad met het doen van onderzoek en het schrijven van wetenschappelijk werk" om eerder hun stem te laten horen. Bij gebrek aan weerwoord hadden de media echter het op de islam inhakken al een tandje hoger gezet onder de goedkeurende "wetenschappelijke" vlag van Hans Jansen. Als het gaat om het belang van eerlijke voorlichting van de burger valt het te betreuren dat niet is bekeken of Hans Jansen met zijn media-optredens niet misschien bepaalde onwetenschappelijke belangen heeft gediend.

Een wetenschapper wordt geacht, wanneer deze het publiek in de hoedanigheid van wetenschapper wordt voorgeschoteld, onafhankelijke informatie naar voren te brengen. Er zijn wetenschappers die naast hun wetenschappelijk werk politieke activiteiten ontplooien. In veel gevallen gaat het dan om “een hobby erbij” die met het wetenschappelijk werk niet veel te maken heeft. Een geneticus die zich in de gemeenteraad buigt over de thuiszorg, of een taalkundige die zich inzet voor de aanschaf van langeafstandsraketten, zal niet snel de verdenking op zich laden zijn/haar wetenschappelijk werk te vermengen met de politiek. Daar komt bij dat als iemand zich in het openbaar uitspreekt in een bepaalde richting, het in ieder geval duidelijk is waar deze staat. Je kunt ook stellen dat een wetenschapper zich zou moeten onthouden van elke actieve politiek betrokkenheid, maar traditioneel wordt dit standpunt in Nederland niet veel aangehangen, en het veranderen van tradities is in een bijna onmogelijke zaak.

Geen probleem dus, wetenschappers die zich duidelijk uitspreken in de politiek, of over politieke kwesties in de media. Het wordt echter problematisch als de wetenschappelijkheid lijdt onder de politieke bemoeienis. In tegenstelling tot de politiek kent de wetenschap formele regels. De politiek kent slechts ongeschreven regels. Een niet-integere wetenschapper kan dus een effectieve politicus zijn, want een politicus wordt niet afgerekend op integriteit als wetenschapper. Maar een wetenschapper die zich niet aan de basisprincipes van de wetenschap houdt, kan in feite niet functioneren als wetenschapper. Het wetenschappelijk werk van de niet-integere wetenschapper zal uiteindelijk in de loop der tijd zijn relevantie verliezen.

In het ideale geval zal een wetenschapper dus in de media geen uitspraken doen, in de hoedanigheid van wetenschapper, over dingen waar hij geen verstand van heeft. De islamologie is een mooi voorbeeld. Islamologen kunnen beschrijven wat beschrijfbaar is. Zij kunnen religieuze opvattingen met elkaar vergelijken. Zij kunnen preken en teksten, gebeden en gedichten, fatwa’s en boeken analyseren, en daar dan iets over zeggen. Maar ze kunnen geen uitspraken doen over “wat alle moslims denken,” of willen.

Hans Jansen doet het laatste. Hij beschouwt de moslims, op grond van hun overtuigingen, als een potentieel collectief gevaar. Er moeten van overheidswege mensen worden ingezet die “in het geheim vuile handen maken”, martelkamers en doodseskaders dus. Dit schrijft Hans Jansen gewoon in het openbaar.

Hij mag dit allemaal zeggen als individu, maar hij kan dit niet serieus menen als wetenschapper. Een wetenschapper heeft geen flauw idee hoe “gevaarlijk” de opvattingen van moslims zijn. Dit is niet alleen niet wetenschappelijk te toetsen, maar het is zelfs in strijd met wetenschappelijke inzichten van de afgelopen decennia. Deze inzichten bestaan onder andere daaruit dat het gedrag en de private opvattingen van gelovigen vaak nogal afwijken van wat zij zelf zeggen als ideaal te beschouwen en hoe zij menen zich te moeten gedragen, en de opvattingen die zij menen te moeten hebben.

Een godsdienst heeft talloze sociale, religieuze, literaire en mogelijk politieke facetten. Jansen, die als (bekeerde) katholiek zou moeten weten dat er nogal wat verschillende opvattingen heersen onder katholieken wereldwijd, doet alsof "de moslims" er allemaal, als het op aan komt, precies hetzelfde over denken, en met geweld hun vijanden een lesje zullen gaan leren als Gods woord (de Koran) wordt onteerd en als zij eenmaal de middelen hebben. Hij maakt politici die moslims te vriend proberen te houden belachelijk, stelt dat moslims zich stiekem rot lachen over zoveel onderworpenheid, en prijst een boek aan van ene Bat Ye'or, die beweert dat "de moslims" bezig zijn met een soort ondergrondse, verborgen strijd om Europa te veranderen in "Eurabie", een volkomen hysterische verdachtmaking, in een tijd waarin honderdduizenden moslims worden gedood door Amerikanen en Europeanen in oorlogen in Irak en Afghanisten, en er honderden Palestijnen onder wie kinderen "per ongeluk" worden gedood door, vaak, directe nazaten van Europeanen, in Israel.

Een ongeloofwaardige, maar waarschijnlijk zeer effectieve en geraffineerde vorm van propaganda wordt hier bedreven door Jansen, die zichzelf neerzet als een soort dissident temidden van slaaf